Marketing & PR

Verandert Amsterdam in een pretpark?

Scheur je lekker over de Dam, zie je in je ooghoek opeens iets geels ongemakkelijk de bocht om komen. Stoppen? Geen denken aan! Behendig stuur je je fiets naar links om uit te wijken voor de toerist op zijn Yellow bike. Heeft hij zijn Amsterdam muts soms tot over zijn ogen getrokken?! Dit soort scenario’s zijn geen Amsterdammer meer onbekend. Niet zo gek, want het aantal toeristen in onze stad blijft stijgen. Is dit een teken van succesvolle Amsterdamse marketing? Of lopen we het gevaar om, net als Venetië, aan het aantal toeristen ten onder te gaan? Afgelopen maandag gingen Wethouder van Amsterdam Kajsa Ollongren en toerismedeskundige Stephen Hodes een gesprek aan over de toekomst van Amsterdam. Medium was aanwezig bij deze sessie van Room for Discussion en reflecteert op de discussie.

How to cycle in Amsterdam. Bron: YouTube/Amsterdam Shallow Man

De discussie
De sprekers van vandaag, Stephen Hodes en Kajsa Ollongren, laten op zich wachten. Door de speakers klinken Amsterdamse liederen, waarmee het publiek alvast in de sfeer kan komen van de discussie die zo meteen gevoerd zal worden. Hodes schreef het artikel Amsterdam dreigt te disneyficeren en publiceerde daarnaast een tijdschrift, waarmee hij bijdraagt aan het debat over het toenemende toerisme in Amsterdam. Hij gaat in discussie met Wethouder van Amsterdam Ollongren, die namens D66 wethouder en locoburgemeester van Amsterdam is. Haar portefeuille bestaat onder andere uit Economie en stadsdeel centrum.

Hetgeen dat Amsterdam zo uniek maakt is de balans tussen bewoners, bezoekers en bedrijven, aldus Hodes. Hij is van mening dat deze balans echter uit verhouding dreigt te raken door het enorme aantal toeristen. “Als de balans  uit evenwicht raakt, gaat de stad kapot. Dan krijg je disneyficering en wordt het hier een pretpark”, stelt hij met een serieuze blik. Ollongren is van mening dat we Amsterdam niet moeten omschrijven als een pretpark, omdat dat volgens haar impliceert dat de stad puur uit attracties bestaat. Ze erkent wel dat het aantal toeristen rap stijgt. Mensen gaan nu eenmaal steeds vaker op reis, aldus Ollongren, de oplossing ligt daarom in het spreiden van toerisme over de stad en buitenwijken.

Dit een mooi voornemen, maar waarschijnlijk niet efficiënt omdat mensen kuddedieren zijn, werpt Hodes tegen: “Je kiest zelf ook een restaurant dat vol zit boven een leeg restaurant.” Bovendien is het een plan dat al dertig jaar op tafel ligt, maar nog steeds niet is geslaagd. Hij pleit dan ook voor een rigoureus bestuur wat betreft het handhaven van toerisme. Ollongren is het daar niet mee eens en benadrukt dat de gemeente problemen aanpakt met een pakket aan maatregelen, rigoureus regeren werkt volgens haar niet: “Ik ben liever een bestuurder die zich aan zijn woord houdt, dan een stoere bestuurder.” Ondanks dat ze flink verschillen van mening over hoe het probleem het beste aangepakt kan worden, zijn ze het er over eens dat er een oplossing moet komen die een mooie balans tussen het aantal toeristen en de inwoners van de stad bewaard.

De oplossing?
Amsterdam doet het goed, de heropening van het Rijksmuseum en de marketing campagne ‘IAMSTERDAM’ lijken hun vruchten af te werpen, maar ieder voordeel heeft z’n nadeel. In dit geval zijn de massa’s toeristen goed voor de economie, maar slecht voor de inwoners van Amsterdam. Op een zaterdagmiddag je een weg banen door het oerwoud aan mensen in de Kalverstaat vindt (bijna) niemand leuk. De oplossing? Mensen naar de buitenwijken sturen zoals Ollongren voorstelt? Zijn de Foodhallen in West op zaterdag niet al druk genoeg, willen we daar echt nog een horde toeristen bij? Wij weten het niet. Wat we wel weten, is dat we ondanks alles toch ons best moeten blijven doen om die arme toerist op zijn gele fietsje te ontwijken, hij kan er immers ook niets aan doen dat hij niet kan fietsen, dat kan namelijk alleen een échte Amsterdammer.

Reacties

reacties

Eva Samplonius
Eva (24) doet een master Corporate Communication en schrijft sinds dit jaar voor Medium. Ze heeft een voorliefde voor wijn, katten en woordgrapjes. Laatstgenoemd lacht ze zelf het hardst om. Zes jaar van haar leven bracht ze in Afrika door, het Keniaanse volkslied zingt ze dan ook uit volle borst mee. Jambo!

You may also like

Comments are closed.