Other

Telefoneren: ja, dáááág!

Wees eerlijk, het is wonderlijk dat we anno 2013 nog bellen. Het is eigenlijk niet meer dan een slap aftreksel van een persoonlijk gesprek, en een onhandige vorm van mailen. Net niks dus. Het overgaan van de telefoon levert mij vaak spontane jeuk op, al is het alleen maar door die eeuwige standaard ringtone (een soort instrumentale Disneyklassieker op een xylofoon). En dan begint het afzien pas. Een reconstructie.

Het opnemen. Ja, er bestaat nummerherkenning – een soort Shazam maar dan anders. Toch schijnt het in te zijn om te bellen vanaf een ander nummer, eentje die niet tussen de contacten staat en waardoor het intens spannend blijft wie er nu zo graag met je wilt telefoneren. Het zijn ook vaak ‘externe oproepen’ – een vakterm binnen de telefoniewereld. Terwijl je dus ‘extern wordt opgeroepen’ bedenk je alvast hoe je op zal nemen. Voornaam, achternaam, voor- én achternaam, of, heel rebels, niks zeggen? Het feit wil dat je bij bekenden altijd heel formeel je volledige naam zegt, waardoor zij je uitlachen en vertellen dat je wel heel zakelijk klinkt. Het feit wil ook dat je bij onbekenden met alleen je voornaam verwarring oproept. ‘Nee, daar spreek je niet mee’. ‘Met mij’ is dan ook wel smerig intiem.

Het telefoongesprek. Of ze zijn verkeerd verbonden, of ze hebben van het Bel-me-niet Register nog een leuke telefonische aanbieding. Het overbrengen van een boodschap per telefoon is vrijwel altijd gedoemd te mislukken. Het probleem: je ziet elkaar niet, en toch moet je op hetzelfde moment met elkaar praten. Dat gaat dus niet, met een ‘Ja ma.. nee ja.. ja maar j.. nee dat klo.. nee.. jaa..’ als gevolg. Daarnaast zijn er voor de gevorderde telefoongebruikers achtergrondgeluiden om het niveau van het gesprek op te voeren. Het is een verkapt raadspelletje waarbij je altijd net niet zegt wat je wilt zeggen, en je net niet verstaat wat de ander zegt.

Het ophangen. Absoluut het lastigste onderdeel van het telefoneren. De één wil altijd eerder kappen dan de ander – en de ander ben jij nooit. Je kunt niet weglopen, of op een later moment reageren. Je bent dus altijd een nare klootzak die de telefoonvreugde van de ander verpest. Het einde van een telefoongesprek wordt gekenmerkt door veel verzachtende, hartelijke wensen, en ontaardt uiteindelijk altijd in een competitie ‘Daag’ zeggen. ‘Oké, bedankt.. dááááág.’ ‘Ja dáááááááág.’ ‘Dááááááááááág mevrouw.’ Het indrukken van het rode telefoontje gaat gepaard met een diepe zucht.

Het zal niet lang meer duren of telefoneren heeft dezelfde status als faxen. Terecht: telefoneren is omslachtig. Nostalgisch, maar omslachtig. Om duidelijk een boodschap over te brengen zijn er inmiddels zoveel betere manieren. Gooi de hoorn op de haak. Als je je überhaupt nog kan herinneren wat de haak is.

Wilt u reageren op dit artikel? Bel dan vooral niet.


escort Adıyaman
escort Didim
escort Tekirdağ
escort Kütahya
Derince escort

Reacties

reacties

Menno Woudt
Studeerde Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Schreef tussen 2012 en 2016 voor Medium Magazine en was tevens adjunct-hoofdredacteur. Werkt nu als journalist voor Kidsweek en 7Days en staat voor de klas als docent geschiedenis.

    You may also like

    Comments are closed.

    More in Other