Other

Oekraïne: waar gaat het over?

Vandaag is het zover. Eindelijk, de dag waarop heel Nederland heeft gewacht: de dag van het Oekraïnereferendum. Kinderen mogen wat langer opblijven om de uitslag af te wachten, miljoenen mensen kijken de live-uitzending, want morgen is de eerste dag van een nieuw tijdperk. De tijdsrekening zal moeten worden herzien: er is een tijd voor en een tijd na het referendum.

Handelsverdrag-plus
Iedereen die zich een beetje heeft ingelezen in de zaken waar Nederland morgen over mag stemmen, weet dat dit hele gedoe complete onzin is. Met het risico dat ik iets te sterk simplificeer: morgen wordt gestemd over een soort handelsverdrag-plus, een pakket maatregelen om de handelsrelaties tussen Oekraïne en de Europese Unie een steuntje in de rug te geven. Uiteraard gaat dat gepaard met politieke maatregelen, handel is immers geen rechtsvrije ruimte. Het is niet zo gek dat de Europese Unie de wens uit dat men in Oekraïne hervormingen uitvoert die in lijn zijn met Europese handelsbelangen en dat houdt nu eenmaal in dat Oekraïne zich richting het Westen opent.

Beeldvorming
De beeldvorming is een hele andere zaak. Er wordt ten onrechte gedaan alsof de ratificatie van het associatieverdrag van Oekraïne een niet te stoppen proces in werking zet dat zeker leidt tot de toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie, de NAVO, oorlog met Rusland, de ondergang van de wereld. In eerdere associatieverdragen met onder meer Turkije wordt expliciet gerept over het perspectief van toetreding tot de EU, daar is in dit geval geen sprake van. Iedereen die de actualiteit de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, weet dat Turkije ver verwijderd is van een eventueel EU-lidmaatschap, dus in het geval van Oekraïne kan daar al helemaal geen sprake van zijn.

Verkeerd beeld
Toch is dit het beeld dat veel Nederlanders hebben. Uit een onderzoek in opdracht van de NOS dat gisteren werd gepubliceerd, bleek dat 46 procent van de Nederlanders het associatieverdrag ziet als een eerste stap naar toetreding tot de Europese Unie, slechts zeventien procent van de Nederlanders is het daar niet mee eens. De rest is neutraal of weet het niet. Het is vrij teleurstellend dat één derde van de Nederlanders één dag voor het referendum eigenlijk nog geen idee heeft of ze voor of tegen het associatieverdrag zijn.

GeenStijl heeft geen tegengeluid en daardoor valt niet meer op dat het tendentieus is

Media-aandacht
Deze cijfers roepen de vraag op of de media ons wel goed hebben voorgelicht over het referendum. Een snelle zoekopdracht op LexisNexis naar artikelen in nationale printmedia sinds 1 januari van dit jaar, leert dat er tot gisteren 803 artikelen over het referendum zijn verschenen. Gisteren was de 96e dag van het jaar, dus dat komt neer op een gemiddelde van ruim acht artikelen per dag, web-, televisie- en radionieuws niet meegerekend. Als de media in de overige dagen van april net zo veel over het referendum blijven schrijven als de afgelopen dagen, zou het totaal voor april alleen al uitkomen op zo’n 1200 artikelen: een absurd aantal.

stata referendum

Gefaald?
Hoe kan het dat de media zo veel aandacht geven aan het referendum en de bevolking desondanks zo slecht op de hoogte is van de inhoud van het referendum? De conclusie ligt voor de hand: de media zijn er niet in geslaagd de essentie van het associatieverdrag goed weer te geven. Natuurlijk betreft het een complexe materie: het associatieverdrag is zonder de bijlages 323 pagina’s lang en we mogen ervan uitgaan dat het geen toegankelijke proza is. Maar de media hebben wel voor grotere uitdagingen gestaan en de essentie van het akkoord is vrij eenvoudig samen te vatten.

Toch hebben de media dit niet goed over kunnen brengen. De journalistiek is er niet in geslaagd structuur aan te brengen in het publieke debat. Het gonst van de geruchten, meningen, leugens en onjuistheden, maar daar heeft men niet doorheen kunnen prikken. De nee-campagne kon ongestoord een eigenlijk vrij onbelangrijk referendum (de kans dat er voelbare conclusies aan worden verbonden, is hoe dan ook vrij klein) bombarderen tot een stem voor of tegen Europa. De media zijn er niet in geslaagd deze leugen te ontmaskeren.

Internet
Eén van de oorzaken zou wellicht kunnen liggen in het feit dat de nee-campagne onder meer werd gesteund door GeenStijl/GeenPeil. Er werd handig gebruik gemaakt van een grote groep mensen die goed de weg weet op internet, iets waar ‘ouderwetse’ media het vaak nog altijd lastig mee hebben. Op internet kon zo ongestoord worden gewerkt aan een EU-referendum-frame, die later handig door Geert Wilders en andere tegenstanders werd overgenomen. Het bleek onmogelijk om deze frame naderhand nog te wijzigen.

Kenniskloof
Deze kwestie laat zo op vrij pijnlijke wijze zien dat de achterstand van de media op het gebied van internet de kenniskloof binnen de maatschappij vergroot. Doordat er op internet nauwelijks kwalitatief hoogwaardige en tegelijkertijd toegankelijke journalistiek beschikbaar is, lezen steeds meer mensen eenzijdig nieuws: het (naar eigen zeggen) tendentieuze geluid van GeenStijl heeft geen tegengeluid en daardoor valt niet meer op dat het tendentieus is. Bij gebrek aan andere argumenten nemen mensen de standpunten van GeenStijl snel over.

Waardeer online-journalistiek!
Het is daarom de allerhoogste tijd dat traditionele media digital natives worden. Alleen als redactiemedewerkers de wetten van het internet snappen en nieuws op een toegankelijke manier online brengen, zullen mensen die nu slechts één kant van het verhaal horen weer een eigen afweging kunnen maken. Online journalistiek blijft vaak een ondergeschoven kindje, het is te hopen dat er niet meer al te veel referenda nodig zijn om de media wakker te schudden.

Disclaimer:
Natuurlijk spelen ook politici een schandalige rol bij dit referendum. Ook zij gebruiken het pro-/ anti-Europa-frame en er wordt wel heel makkelijk voorbijgegaan aan het feit dat Oekraïne een verscheurd land in oorlog is. Daarnaast is het natuurlijk niet zo dat Rusland in dit hele verhaal geen enkele rol speelt, als politici beweren dat dat niet het geval is, wordt de gemiddelde Nederlander (onterecht) voor de gek gehouden. Dat versterkt het vertrouwen in de politiek natuurlijk niet.

Cover: Kaboompics // Karolina

Reacties

reacties

Christiaan Burggraaff
Christiaan is 25, is bijna klaar met zijn Research Master en draagt de journalistiek een warm hart toe. Omdat hij zo lang in Duitsland heeft gewoond vindt hij het leuk soms over de grens te kijken, maar ook in Nederland gebeurt meer dan genoeg. Het liefste schrijft hij over politiek, sociale media en reclame.

    You may also like

    Comments are closed.

    More in Other