Opinion

Basisinkomen: vervang het vangnet

Basisinkomen

De communicatie tussen overheid en haar burgers is ingewikkelder dan nodig. Een manier om veel complexe stelsels op te heffen, is ze te vervangen door een overkoepelend basisinkomen. Een universeel basisinkomen biedt ieder individu eenzelfde, maandelijks bedrag. Het is een alternatief voor selectieve welvaartsverdeling, waarbij de overheid per burger de afweging maakt of iemand recht heeft op een betaling. Het maakt communicatie tussen overheid en burger eenvoudiger, omdat het minder nodig is.

Een basisinkomen voor iedereen

In Nederland bestaat er niet zoiets als een universeel basisinkomen. Wel komen Nederlanders na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in aanmerking voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze groep leeft drastisch minder vaak onder de armoedegrens dan ouderen die nog moeten werken. De AOW is lastig te vergelijken met een basisinkomen, maar het laat zien dat een maandelijkse toestroom van geld ervoor zorgt dat armoede drastisch wordt verlaagd.

Veel tegenstanders van deze redenering maken een onderscheid tussen werkenden en gepensioneerden. De laatstgenoemden hebben namelijk hun hele leven gewerkt, waarbij de AOW kan worden gezien als een beloning of compensatie. Maar deze beloning is uitsluitend voor degenen die lang genoeg leven om de pensioengerechtigde leeftijd te halen. Met een basisinkomen profiteren niet alleen gepensioneerden, maar ook andere leeftijdsgroepen die mogelijk nooit de pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken.

Maatschappelijk belang

Niet alleen toeslagen en de bijstand, maar ook de leningen die studenten aangaan en de financiële problemen waarin werkenden terechtkomen, bevestigen dat er een breed maatschappelijk belang is bij de uitbreiding van een basisinkomen naar alle volwassenen in de maatschappij. Een basisinkomen biedt ademruimte, waardoor mensen kunnen investeren in zichzelf, in de eigen zaak of in het bedrijf van iemand anders. Maar het kan ook worden gebruikt om vaste lasten te betalen, kinderen te onderhouden en om van op vakantie te gaan.

Geen vernedering

Bijstandsuitkeringen en toeslagen kunnen leiden tot kafkaëske toestanden, waarbij burgers machteloos komen te staan tegenover een systeem dat voor zowel burger als ambtenaar nauwelijks te doorgronden is

Ook voorkomt de vereenvoudiging van de welvaartsverdeling dat de sociaal-economisch zwakkeren door de overheid benadeeld en vernederd worden. Burgers komen om verschillende redenen in de bijstand terecht, zoals een gebrek aan motivatie om te werken, maar ook wegens mentale en fysieke beperkingen. Velen willen wel werken, maar zitten gevangen in de armoedeval. De bijstandsgerechtigden vormen een grote groep van bijna een half miljoen Nederlanders, maar vanwege het imago rondom de bijstand, worden er overhaaste conclusies getrokken over deze groep. Het bestaan van bijstandsuitkeringen bevordert het inferioriteitscomplex van degenen die er gebruik van maken en van degenen die er wel recht op hebben, maar ervoor kiezen het niet te gebruiken.

Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat er menselijke fouten worden gemaakt, wat tot nog hogere kosten leidt. Bijstandsuitkeringen en toeslagen kunnen leiden tot kafkaëske toestanden, waarbij burgers machteloos komen te staan tegenover een systeem dat voor zowel burger als ambtenaar nauwelijks te doorgronden is. Het toeslagenschandaal is een schoolvoorbeeld dat niet alleen tot hoge kosten heeft geleid, maar ook de levens van tienduizenden Nederlanders heeft beschadigd. Een basisinkomen zet overheidsgeld doelgericht in en minimaliseert de kans op vergissingen en nalatigheid.

Werken moet lonen

Veel tegenstanders betwijfelen de rechtvaardigheid van een basisinkomen. Volgens hen moet werken altijd lonen en ondermijnt een basisinkomen dit uitgangspunt. Echter, een basisinkomen kent geen armoedeval, terwijl deze er wel is bij de huidige bijstandsuitkeringen. Een basisinkomen stelt dus niet dat er voor elk inkomen gewerkt moet worden, maar dat werk altijd tot meer inkomen leidt. 

In het huidige stelsel hoeft er overigens ook niet gewerkt te worden voor elk inkomen. Veel vermogende mensen hebben hun vermogen te danken aan erfenissen of een jubelton. En als dit niet het geval is, is het waarschijnlijk dat dit wel geldt voor hun kinderen. Veel vermogende mensen rentenieren door een woning te verhuren en door het dividend dat ze uit beleggingen halen. Van al deze inkomstenbronnen waarvoor niet gewerkt wordt, is een basisinkomen het best te rechtvaardigen.

De rechtvaardiging

Het verkrijgen van een erfenis of jubelton kan worden gezien als een vorm van nepotisme, wat betekent dat mensen hun vermogen ontlenen aan de bevoorrechte positie van hun ouders. Dit rijmt niet met een meritocratie, waarbij mensen hun positie verwerven door de prestaties die zij leveren. Een meritocratie kan nauwelijks in de puurste vorm bestaan, vanwege het vanzelfsprekende verlangen om iets na te laten aan je kinderen.

Verder genereren renteniers een passief inkomen door de huizen die ze gekocht en waarschijnlijk gerenoveerd hebben. Dit is een grote investering, maar betaalt zich op de lange termijn terug. Niet alleen vanwege de huur die renteniers ontvangen, maar ook door de toenemende huizenprijzen. Een passief inkomen dat uitsluitend voor vermogende mensen bestaat, is lastig te rechtvaardigen.

Een basisinkomen lost deze vraagstukken niet op, maar is in staat om de kansenongelijkheid die erdoor ontstaat tot op zekere hoogte recht te trekken. Het basisinkomen is er immers niet alleen voor mensen met vermogen of vermogende ouders, maar voor elke volwassen Nederlander.

Betaalbaarheid

Een veelgenoemd argument om het basisinkomen niet in te voeren, is omdat het niet betaalbaar zou zijn, terwijl het wel degelijk betaalbaar is. De complexiteit van het toekennen van bijstand en toeslagen kost dusdanig veel overheidsgeld dat ruim een vijfde van de kosten zich beperkt tot de uitvoering alleen. De kostenbesparing die een basisinkomen met zich meebrengt, weegt dan ook op tegen het onontkoombare gevolg dat geld terechtkomt bij mensen voor wie het niet essentieel is.

Conclusie

Al met al kent het basisinkomen meer voordelen dan nadelen. Het dient als alternatief voor selectieve welvaartsverdeling en weet de distributie van geld eenvoudiger en doelgerichter te maken. Daarbij wordt de vernedering van de bijstand ontnomen en heeft iedereen een basis waar ze op terug kunnen vallen en een vloer om op te bouwen. Het basisinkomen is in staat kansenongelijkheid te beperken en zorgt dat meer werk altijd leidt tot meer inkomen.


Cover: pixabay via Pexels

Geëdit door Gijs Berk

You may also like

Comments are closed.

More in Opinion